Category

HR-trends, technologie en regelgeving

Blijf op de hoogte van de belangrijkste evoluties in HR, rekrutering en de arbeidsmarkt. Van nieuwe wetgeving en loontransparantie tot AI, mobiliteit en veranderende verwachtingen van kandidaten: Headit vertaalt complexe ontwikkelingen naar heldere inzichten en praktische aandachtspunten voor werkgevers en professionals.

Business support vacatures die echt passen

Loontransparantie: de huidige stand van zaken voor Belgische werkgevers

By Blog, HR-trends, technologie en regelgeving

Loontransparantie staat steeds hoger op de HR-agenda. Kandidaten willen sneller weten welk loonpakket bij een functie hoort. Medewerkers verwachten meer duidelijkheid over de manier waarop hun loon, loonsverhogingen en doorgroeimogelijkheden worden bepaald. Tegelijk wil Europa onverklaarbare loonverschillen tussen vrouwen en mannen beter zichtbaar maken en aanpakken.

De Europese richtlijn rond loontransparantie moest uiterlijk op 7 juni 2026 in Belgische wetgeving worden omgezet. Die deadline is verstreken, maar de Belgische omzetting is nog niet afgerond.

Wat betekent dat concreet voor Belgische werkgevers? Welke regels gelden vandaag al? Welke verplichtingen komen eraan? En hoe kun je jouw loonbeleid nu al voorbereiden?

Waarom staat loontransparantie zo hoog op de agenda?

Het principe van gelijk loon voor gelijk of gelijkwaardig werk bestaat al langer. In de praktijk is het alleen niet altijd eenvoudig om te beoordelen of loonverschillen objectief te verklaren zijn.

Wanneer een loonstructuur weinig transparant is, ontstaat sneller onzekerheid. Medewerkers weten dan niet altijd welke criteria een rol spelen, waarom bepaalde functies anders worden verloond of welke stappen nodig zijn om verder te groeien.

Loontransparantie gaat bovendien verder dan het brutoloon. Ook variabele verloning, bonussen, aanvullende voordelen en de manier waarop functies worden ingeschaald, spelen een rol.

Een helder loonbeleid helpt werkgevers om beslissingen beter te onderbouwen en consequenter te communiceren. Het kan ook het vertrouwen van medewerkers versterken.

Voor recruitment is transparantie eveneens belangrijk. Kandidaten willen vroeger in het selectieproces weten of een functie financieel aansluit bij hun verwachtingen. Wanneer daar pas na meerdere gesprekken duidelijkheid over ontstaat, gaat kostbare tijd verloren aan beide kanten.

Loontransparantie betekent niet dat iedere medewerker exact hetzelfde moet verdienen. Verschillen kunnen perfect gerechtvaardigd zijn, bijvoorbeeld op basis van ervaring, verantwoordelijkheden of relevante vaardigheden. De essentie is dat die verschillen helder, objectief en uitlegbaar zijn.

Praktische tip voor werkgevers: wacht niet op de definitieve Belgische regels. Breng nu al in kaart welke criteria een verschil in verloning bepalen en controleer of je die consequent toepast.

Wat heeft Europa beslist over loontransparantie?

Met Richtlijn (EU) 2023/970 wil Europa het principe van gelijk loon voor gelijk of gelijkwaardig werk beter afdwingbaar maken. De richtlijn focust niet alleen op de loonkloof tussen vrouwen en mannen, maar ook op de manier waarop werkgevers hun loonbeleid structureren, communiceren en onderbouwen.

Verschillen in verloning moeten gebaseerd zijn op objectieve en genderneutrale criteria. Denk bijvoorbeeld aan relevante ervaring, verantwoordelijkheden, vaardigheden of de complexiteit van een functie.

De Europese richtlijn voorziet ook verschillende nieuwe rechten voor kandidaten en werknemers.

Kandidaten krijgen recht op tijdige looninformatie

Kandidaten moeten tijdig informatie ontvangen over het startloon of de loonvork voor een functie. Die informatie moet beschikbaar zijn vóór de loononderhandeling, zodat de kandidaat met voldoende context aan het gesprek kan beginnen.

Werkgevers mogen niet naar het loonverleden vragen

Volgens de Europese richtlijn mogen werkgevers kandidaten niet langer vragen naar hun huidige of vroegere loon. Europa wil daarmee vermijden dat bestaande loonverschillen automatisch worden meegenomen naar een volgende job.

Werknemers krijgen bijkomende informatierechten

Medewerkers zullen informatie kunnen opvragen over hun eigen loonniveau en over de gemiddelde loonniveaus van werknemers die gelijk of gelijkwaardig werk uitvoeren. Die gemiddelde informatie wordt uitgesplitst naar geslacht.

Grotere werkgevers moeten rapporteren

Grotere organisaties krijgen bijkomende rapporteringsverplichtingen. Zij zullen op vaste momenten informatie moeten verzamelen en rapporteren over loonverschillen tussen vrouwen en mannen binnen de onderneming.

De Europese krijtlijnen zijn duidelijk. De concrete toepassing hangt wel af van de Belgische omzetting, die nog niet volledig is afgerond.

Praktische tip voor werkgevers: begin nu al met het documenteren van looncriteria, functieniveaus en loonvorken. Zo kun je verschillen later eenvoudiger verklaren en consequenter communiceren.

Wat is de huidige stand van zaken rond loontransparantie in België?

De Europese richtlijn rond loontransparantie moest uiterlijk op 7 juni 2026 in Belgische wetgeving worden omgezet. Die deadline is inmiddels verstreken, maar de Belgische regels zijn nog niet volledig uitgewerkt.

Voor werkgevers betekent dat dat er vandaag nog geen definitief Belgisch kader bestaat voor alle nieuwe verplichtingen uit de Europese richtlijn. De grote lijnen liggen vast op Europees niveau, maar de praktische toepassing in België moet nog verder worden bepaald.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • de precieze manier waarop looninformatie aan kandidaten moet worden meegedeeld;
  • de procedures die werkgevers moeten volgen;
  • de praktische organisatie van rapporteringsverplichtingen;
  • de Belgische deadlines voor de verschillende verplichtingen.

België beschikte ook vóór de Europese richtlijn al over regels rond gelijke verloning en loondiscriminatie. Die blijven uiteraard gelden.

De Europese richtlijn zorgt wel voor een duidelijke verschuiving. De focus komt sterker te liggen op transparantie vóór de aanwerving, op bijkomende informatierechten voor werknemers en op een betere documentatie van loonstructuren.

Werkgevers doen er daarom goed aan om niet te wachten tot alle Belgische details definitief zijn vastgelegd.

Praktische tip voor werkgevers: gebruik deze overgangsperiode om na te gaan hoe lonen worden bepaald, welke verschillen bestaan en of je die verschillen op een heldere manier kunt uitleggen.

Welke regels rond verloning bestaan vandaag al in België?

Loontransparantie is geen volledig nieuw thema in België. Ook vóór de Europese richtlijn bestonden er al regels om loonverschillen en discriminatie op basis van geslacht tegen te gaan.

Het basisprincipe is duidelijk: medewerkers die gelijk of gelijkwaardig werk uitvoeren, moeten op een eerlijke manier worden verloond. Verschillen in loon zijn mogelijk, maar ze moeten objectief te verklaren zijn.

Mogelijke criteria zijn:

  • relevante ervaring;
  • verantwoordelijkheden;
  • competenties;
  • prestaties;
  • de complexiteit van de functie.

Daarnaast gelden er vandaag al specifieke verplichtingen voor bepaalde werkgevers. Belgische ondernemingen die gewoonlijk minstens 50 werknemers tewerkstellen, moeten om de twee jaar een analyseverslag opstellen over hun bezoldigingsstructuur. Dat verslag helpt om mogelijke loonverschillen zichtbaar en bespreekbaar te maken.

Het is belangrijk om die bestaande Belgische regels niet te verwarren met de nieuwe verplichtingen die vanuit Europa komen. De Europese richtlijn bouwt verder op het huidige kader, maar legt meer nadruk op transparantie tijdens de aanwerving, bijkomende informatierechten en uitgebreidere rapportering.

Ook kleinere werkgevers doen er goed aan om hun loonbeleid kritisch te bekijken. Zelfs wanneer een onderneming vandaag niet onder specifieke rapporteringsverplichtingen valt, blijft het belangrijk om loonverschillen helder te kunnen uitleggen.

Praktische tip voor werkgevers: controleer welke verplichtingen vandaag al op jouw organisatie van toepassing zijn en zorg dat verschillen binnen vergelijkbare functies objectief kunnen worden onderbouwd.

Moet er straks een loonvork in elke vacaturetekst staan?

Een van de meest besproken onderdelen van de Europese richtlijn is de verplichting om kandidaten tijdig informatie te geven over het startloon of de loonvork voor een functie.

Dat betekent niet automatisch dat iedere Belgische werkgever verplicht zal zijn om in elke vacaturetekst een concreet bedrag te publiceren.

De Europese richtlijn laat ruimte in de manier waarop de informatie wordt gedeeld. Een werkgever kan ervoor kiezen om de loonvork al in de vacaturetekst te vermelden. De informatie kan ook vóór het eerste gesprek of op een ander tijdig moment worden meegedeeld.

De kandidaat moet in elk geval voldoende context krijgen vóór de loononderhandeling begint.

Voor werkgevers is het belangrijk om niet alleen een minimum- en maximumbedrag vast te leggen. Je moet ook kunnen uitleggen hoe iemand binnen die loonvork wordt ingeschaald.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • relevante ervaring;
  • verantwoordelijkheden;
  • technische kennis;
  • talenkennis;
  • de complexiteit van de functie.

Een bijzonder brede loonvork zonder duidelijke criteria creëert weinig transparantie. Ze kan zelfs voor extra frustratie zorgen wanneer kandidaten niet begrijpen waarom een voorstel zich aan de onderkant van de vork bevindt.

Duidelijke looninformatie biedt ook voordelen tijdens het rekruteringsproces. Kandidaten weten sneller of een functie aansluit bij hun verwachtingen. Werkgevers vermijden dat pas na meerdere gesprekken blijkt dat het beschikbare budget en de verwachtingen van de kandidaat te ver uit elkaar liggen.

Praktische tip voor werkgevers: werk per functie met een realistische loonvork en leg vooraf vast welke objectieve criteria bepalen waar een kandidaat binnen die vork terechtkomt.

Mag je kandidaten nog vragen naar hun vorige loon?

De Europese richtlijn voorziet dat werkgevers kandidaten niet langer mogen vragen naar hun huidige of vroegere loon.

De redenering daarachter is eenvoudig: een vorig loon is niet altijd een correcte maatstaf voor de waarde van een nieuwe functie.

Wanneer een medewerker in een vorige job onderbetaald was, kan die achterstand anders blijven doorwerken bij iedere volgende overstap. Door het loonverleden buiten beschouwing te laten, wil Europa vermijden dat bestaande loonverschillen zich blijven herhalen.

Voor werkgevers verandert daardoor vooral de manier waarop het gesprek over verloning wordt gevoerd. De focus verschuift van het huidige loon van de kandidaat naar de waarde van de nieuwe functie.

Het beschikbare budget, het functieniveau, de verantwoordelijkheden en de relevante ervaring worden belangrijker dan het vorige loonpakket.

Dat betekent niet dat het gesprek over verwachtingen verdwijnt. Werkgevers en recruiters kunnen nog steeds vragen welk loonpakket een kandidaat voor de volgende stap verwacht en welke elementen daarbij belangrijk zijn.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • flexibiliteit;
  • mobiliteit;
  • thuiswerk;
  • verzekeringen;
  • extra vakantiedagen;
  • groeimogelijkheden.

De Belgische omzetting van de richtlijn is nog niet volledig afgerond. Vanuit goed recruitmentbeleid is het wel zinvol om deze aanpak vandaag al toe te passen.

Praktische tip voor werkgevers: vervang de vraag “Wat verdien je vandaag?” door:
“Welke loonverwachting heb je voor deze volgende stap en welke elementen van het totale pakket zijn voor jou belangrijk?”

Krijgen werknemers toegang tot het loon van hun collega’s?

Loontransparantie betekent niet dat alle individuele lonen binnen een organisatie zomaar openbaar worden gemaakt. Werknemers zullen dus niet automatisch exact kunnen zien hoeveel iedere collega verdient.

De Europese richtlijn voorziet wel dat medewerkers meer inzicht krijgen in de manier waarop lonen worden bepaald. Werknemers zullen informatie kunnen opvragen over:

  • hun eigen loonniveau;
  • de gemiddelde loonniveaus van medewerkers die gelijk of gelijkwaardig werk uitvoeren;
  • de gemiddelde loonniveaus per geslacht.

Het doel is om mogelijke loonverschillen sneller zichtbaar te maken. Wanneer medewerkers geen enkele referentie hebben, is het moeilijk om te beoordelen of hun verloning correct en objectief is opgebouwd.

Privacy blijft daarbij belangrijk. Individuele salarissen mogen niet zomaar herkenbaar worden. Zeker in kleinere teams moet zorgvuldig worden omgegaan met informatie die indirect naar een specifieke medewerker kan verwijzen.

Voor werkgevers betekent dit dat een duidelijke functie-indeling steeds belangrijker wordt. Om correcte informatie te kunnen geven, moet helder zijn welke functies als gelijk of gelijkwaardig worden beschouwd en welke objectieve criteria een verschil in loon kunnen verklaren.

Praktische tip voor werkgevers: zorg dat HR-medewerkers en leidinggevenden op een consistente manier kunnen uitleggen hoe lonen worden bepaald en welke criteria verschillen in verloning rechtvaardigen.

Welke werkgevers zullen moeten rapporteren?

De Europese richtlijn voorziet bijkomende rapporteringsverplichtingen voor grotere werkgevers. Het doel is om loonverschillen tussen vrouwen en mannen beter zichtbaar te maken en organisaties aan te moedigen om onverklaarbare verschillen tijdig te onderzoeken.

De rapportering wordt gefaseerd ingevoerd.

Aantal werknemers

Voorziene Europese rapportering

250 werknemers of meer

Jaarlijks vanaf 7 juni 2027

150 tot 249 werknemers

Om de drie jaar vanaf 7 juni 2027

100 tot 149 werknemers

Om de drie jaar vanaf 7 juni 2031

Minder dan 100 werknemers

Geen automatische Europese rapporteringsplicht, tenzij België strengere regels invoert

De rapportering gaat verder dan één algemeen percentage. Werkgevers zullen onder meer moeten kijken naar verschillen in:

  • gemiddelde verloning;
  • mediane verloning;
  • variabele looncomponenten;
  • aanvullende voordelen;
  • verloning binnen categorieën van medewerkers die gelijk of gelijkwaardig werk uitvoeren.

Voor Belgische werkgevers is nuance belangrijk. België beschikt vandaag al over bepaalde verplichtingen voor ondernemingen die gewoonlijk minstens 50 werknemers tewerkstellen. Zij moeten om de twee jaar een analyseverslag over hun bezoldigingsstructuur opstellen.

Daarnaast kan België bij de omzetting van de Europese richtlijn strengere regels invoeren dan het Europese minimum.

Het is daarom verstandig om niet uitsluitend naar de Europese drempel van 100 werknemers te kijken. Ook kleinere organisaties hebben baat bij een duidelijk overzicht van hun loonstructuur, functieniveaus en voordelen.

Praktische tip voor werkgevers: breng nu al in kaart welke loongegevens beschikbaar zijn, waar informatie ontbreekt en wie binnen de organisatie verantwoordelijk is voor de correcte opvolging.

Wat betekent het loonverschil van 5%?

De Europese richtlijn legt extra nadruk op loonverschillen van minstens 5% binnen een categorie van werknemers die gelijk of gelijkwaardig werk uitvoeren.

Dat cijfer zorgt soms voor verwarring. Een loonverschil van 5% betekent niet automatisch dat een werkgever de regels overtreedt of dat alle lonen onmiddellijk moeten worden gelijkgeschakeld.

De eerste vraag is altijd of het verschil objectief en genderneutraal kan worden verklaard.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • relevante ervaring;
  • verantwoordelijkheden;
  • specifieke vaardigheden;
  • prestaties;
  • de complexiteit van de functie.

Wanneer die criteria duidelijk zijn en consequent worden toegepast, kan een loonverschil verdedigbaar zijn.

Het wordt vooral een aandachtspunt wanneer een gemiddeld loonverschil van minstens 5% niet op basis van objectieve criteria kan worden uitgelegd. Als dat verschil bovendien niet binnen zes maanden wordt weggewerkt, voorziet de Europese richtlijn een gezamenlijke beloningsevaluatie in samenwerking met de werknemersvertegenwoordiging.

Zo’n evaluatie helpt om structurele ongelijkheden op te sporen. Het gaat dus niet alleen om individuele uitzonderingen, maar om patronen binnen een functiegroep of werknemerscategorie.

Praktische tip voor werkgevers: controleer periodiek of loonverschillen binnen vergelijkbare functies helder te verklaren zijn. Kijk daarbij niet alleen naar het brutoloon, maar ook naar variabele verloning en aanvullende voordelen.

Waarom is loontransparantie belangrijk voor recruitment?

Loontransparantie is niet alleen een juridisch of administratief thema. Ze heeft ook een rechtstreekse impact op de manier waarop werkgevers kandidaten aantrekken, gesprekken voeren en verwachtingen op elkaar afstemmen.

Kandidaten willen steeds vroeger in het selectieproces weten of een functie financieel aansluit bij hun verwachtingen. Wanneer daar pas na meerdere gesprekken duidelijkheid over ontstaat, gaat tijd verloren aan beide kanten.

Een duidelijke loonvork helpt om sneller tot de kern te komen. Ze maakt het gesprek concreter en voorkomt dat werkgevers en kandidaten pas aan het einde van het traject ontdekken dat hun verwachtingen te ver uit elkaar liggen.

Ook recruiters en hiring managers moeten dezelfde boodschap brengen. Wanneer verschillende gesprekspartners andere informatie geven over het loonpakket, de onderhandelingsruimte of de voordelen, ontstaat verwarring.

Daarnaast blijft het totale pakket belangrijk. Kandidaten kijken niet alleen naar het brutoloon, maar ook naar thuiswerk, mobiliteit, verzekeringen, maaltijdcheques, extra vakantiedagen en groeimogelijkheden.

Transparantie betekent dus niet dat het gesprek beperkter wordt. Integendeel: het wordt vollediger en eerlijker.

Voor werkgevers kan dat ook een troef zijn in hun employer branding. Een organisatie die open communiceert over verloning en verwachtingen, straalt duidelijkheid en professionaliteit uit.

Praktische tip voor werkgevers: leg vooraf vast welke informatie recruiters en hiring managers delen over loon, voordelen en groeimogelijkheden. Zo krijgt iedere kandidaat een helder en consistent verhaal.

Hoe kunnen Belgische werkgevers zich voorbereiden op loontransparantie?

De Belgische omzetting van de Europese richtlijn is nog niet volledig afgerond. Toch hoeven werkgevers niet te wachten om hun loonbeleid kritisch te bekijken.

De richting is duidelijk: verloning moet steeds beter onderbouwd, transparanter en consequenter worden.

1. Breng functies en functieniveaus in kaart

Werk met duidelijke functiebeschrijvingen en bepaal welke rollen als gelijk of gelijkwaardig kunnen worden beschouwd. Dat maakt het eenvoudiger om loonverschillen correct te analyseren en uit te leggen.

2. Leg objectieve looncriteria vast

Bepaal welke elementen een verschil in verloning kunnen rechtvaardigen. Denk aan relevante ervaring, verantwoordelijkheden, expertise, prestaties en de complexiteit van de functie.

Zorg dat die criteria genderneutraal en transparant zijn.

3. Kijk naar het volledige loonpakket

Analyseer niet alleen het brutoloon. Ook bonussen, premies, verzekeringen, mobiliteit, maaltijdcheques, extra vakantiedagen en andere voordelen spelen een rol.

4. Werk realistische loonvorken uit

Bepaal per functie een realistisch minimum- en maximumbedrag. Leg ook vast welke criteria bepalen waar een kandidaat binnen die loonvork terechtkomt.

5. Bepaal wanneer je looninformatie deelt

Denk na over het moment waarop kandidaten informatie krijgen over het loonpakket. Dat kan in de vacaturetekst, vóór het eerste gesprek of tijdens een eerste contactmoment.

Belangrijk is dat de communicatie tijdig en consequent gebeurt.

6. Vermijd standaardvragen over het vorige loon

Verschuif de focus naar de verwachtingen van de kandidaat en de waarde van de nieuwe functie.

7. Train recruiters en hiring managers

Zorg dat iedereen die betrokken is bij selectiegesprekken dezelfde boodschap brengt over loon, voordelen, doorgroeimogelijkheden en onderhandelingsruimte.

8. Controleer vacatureteksten

Bekijk of functietitels en formuleringen genderneutraal zijn. Controleer ook of verwachtingen, verantwoordelijkheden en voordelen voldoende helder worden omschreven.

9. Analyseer bestaande loonverschillen

Onderzoek of verschillen binnen vergelijkbare functies objectief te verklaren zijn. Kijk daarbij ook naar patronen tussen groepen medewerkers.

10. Bereid interne communicatie voor

Medewerkers zullen waarschijnlijk meer vragen stellen over de manier waarop lonen en loonsverhogingen worden bepaald. Zorg dat HR en leidinggevenden die vragen duidelijk kunnen beantwoorden.

11. Volg de Belgische wetgeving verder op

De concrete Belgische regels kunnen nog evolueren. Blijf daarom opvolgen welke verplichtingen definitief worden ingevoerd en welke deadlines op jouw organisatie van toepassing zijn.

Conclusie: loontransparantie begint niet bij een nieuwe wet

De precieze Belgische spelregels zijn nog niet definitief vastgelegd. De richting is wel duidelijk: werkgevers zullen beter moeten kunnen uitleggen hoe lonen worden bepaald, welke criteria een rol spelen en waarom bepaalde verschillen bestaan.

Dat hoeft geen bedreiging te zijn. Voor werkgevers die vandaag al werken aan duidelijke functieomschrijvingen, objectieve looncriteria en eerlijke communicatie, kan loontransparantie net een voordeel worden in de zoektocht naar talent.

Wil je kandidaten aantrekken met een duidelijke en realistische positionering van je vacatures? Headit denkt graag mee over correcte verwachtingen, een helder selectieproces en een duurzame match tussen werkgever en kandidaat.

Neem contact op via reinhardt@headit.be.

AI in rekrutering

AI in rekrutering: efficiënt hulpmiddel of juridisch mijnenveld?

By Blog, HR-trends, technologie en regelgeving

Een op de vier werkgevers gebruikt vandaag artificiële intelligentie om sollicitaties te screenen. Wat enkele jaren geleden nog innovatie was, is stilaan standaardpraktijk geworden. Cv-parsing, automatische matching, scoring van kandidaten en video-interviewanalyse zitten vandaag overal in de funnel. 

Maar met die evolutie komt ook een belangrijke realiteit: rekrutering is geen neutrale administratieve oefening. Het is een proces dat directe impact heeft op kansen, inkomens en carrières. En precies daarom valt AI in rekrutering onder de strengste categorie van Europese regelgeving. 

Bij Headit merken we dat veel bedrijven AI al gebruiken, maar niet altijd volledig begrijpen waar de grenzen liggen. En net daar ontstaat risico. 

AI in rekrutering = “hoog risico” volgens Europa 

De Europese EU AI Act maakt een duidelijk onderscheid tussen soorten AI. Systemen die gebruikt worden voor selectie, screening of evaluatie van kandidaten vallen onder de categorie “high-risk AI systems”. 

Dat is geen detail. 

“High-risk” betekent concreet dat een organisatie niet zomaar een tool kan implementeren en gebruiken. Concreet betekent dit dat een systeem niet langer een ‘black box’ mag zijn, maar aantoonbaar accuraat, vrij van bias en volledig uitlegbaar moet zijn, terwijl de uiteindelijke controle altijd bij een mens moet blijven liggen. 

Daarnaast blijft ook de General Data Protection Regulation (GDPR/AVG) volledig van toepassing. Vooral Artikel 22 is hier cruciaal: kandidaten hebben het recht om niet onderworpen te worden aan volledig geautomatiseerde beslissingen met significante impact. Een automatische afwijzing door AI zonder menselijke tussenkomst zit juridisch op zeer dun ijs. 

Wat veel bedrijven vandaag onderschatten 

In de praktijk zien we een aantal terugkerende misverstanden. Het idee dat “het maar een tool is en dus oké”, klopt niet. Zodra de output van een AI-tool effectief bepaalt wie doorgaat of afvalt, spreken we niet meer over ondersteuning maar over besluitvorming, en daar gelden andere regels. 

Ook de veronderstelling dat de leverancier verantwoordelijk is, is fout. Veel AI-tools worden aangekocht bij externe vendors, maar juridisch blijft de werkgever, dus de gebruiker, verantwoordelijk voor de toepassing. Compliance kan je niet outsourcen. 

Daarnaast leeft het idee dat AI selectie objectiever maakt. Dat is deels waar, maar gevaarlijk simplistisch. AI verwijdert bepaalde menselijke biases, maar kan tegelijk andere biases versterken, zoals historische voorkeuren in data, sectorale stereotypen, taalgebruik dat bepaalde profielen bevoordeelt en lineaire carrièrepaden als norm. Objectiviteit is dus geen automatisch gevolg van technologie, maar het resultaat van hoe die technologie ontworpen en gebruikt wordt. 

De echte risico’s: bias, uitsluiting en onzichtbare fouten 

AI-systemen leren uit historische data, en die data is zelden perfect. Dat leidt tot drie grote risico’s. 

Er is ten eerste systematische uitsluiting, waarbij kandidaten met atypische profielen sneller uit de boot vallen. Het algoritme straft vaak alles af wat buiten de norm valt, zoals carrièreswitchers, kandidaten met een atypisch gat in het cv of internationale experts. Net de profielen die een organisatie kunnen verrijken, worden door een rigide AI-filter als eerste geweerd. 

Daarnaast is er schijnobjectiviteit. Een score zoals “78% match” lijkt objectief, maar zonder inzicht in de criteria, de weging en wat genegeerd wordt, creëert AI vooral schijnzekerheid. 

Tot slot zijn er onzichtbare fouten. Een recruiter kan een verkeerde inschatting bijsturen, maar een algoritme dat systematisch fout zit, blijft dat doen op schaal. Dat maakt AI tegelijk krachtig en gevaarlijk. 

Wat betekent dit concreet voor kandidaten? 

Kandidaten krijgen terecht meer rechten. Ze mogen verwachten dat duidelijk is of en hoe AI gebruikt wordt, dat ze niet puur door een algoritme beoordeeld worden, dat ze uitleg kunnen vragen over een beslissing, dat er altijd een menselijke tussenkomst mogelijk is en dat hun data correct en proportioneel verwerkt wordt. 

De Belgian Data Protection Authority benadrukt bovendien dat transparantie geen formaliteit is, maar een kernverplichting. Een standaardzin in een privacy policy volstaat niet. 

En voor werkgevers? Dit is waar het vaak misloopt 

Veel organisaties zitten vandaag in een grijze zone: ze gebruiken AI, maar hebben geen duidelijk kader. 

Typische valkuilen zijn het ontbreken van een duidelijk onderscheid tussen ondersteuning en beslissing, het niet auditen of testen van tools op bias, foutmarges en impact op diversiteit, een gebrek aan transparantie naar kandidaten en een te groot vertrouwen in scores en rankings die als waarheid worden gezien terwijl het slechts modellen zijn. 

Best practices: hoe AI wél correct inzetten 

Voor bedrijven die AI willen gebruiken (en dat zullen er alleen maar meer worden), zijn dit de fundamenten. AI moet gebruikt worden als assistent en niet als beslisser, bijvoorbeeld voor pre-screening, matching en administratie, terwijl de finale beoordeling menselijk blijft. 

Daarnaast is een “human-in-the-loop” essentieel, waarbij elke belangrijke beslissing gecontroleerd, geïnterpreteerd en indien nodig gecorrigeerd wordt. Ook continue testing en monitoring is nodig om te evalueren of de output klopt, of bepaalde groepen ondervertegenwoordigd zijn en of het gedrag van het model verandert. 

Transparantie naar kandidaten moet duidelijk en begrijpelijk zijn, zonder juridisch jargon. Tot slot geldt: als je niet kan uitleggen hoe een tool werkt, zou je die eigenlijk niet mogen gebruiken. 

De visie van Headit: technologie versnelt, mensen beslissen 

Bij Headit zien we elke dag hoe waardevol technologie kan zijn. Ze helpt ons sneller patronen te zien, geen kandidaten te missen en efficiënter te werken. 

Maar we zien ook wat technologie niet kan: potentieel inschatten buiten het cv, motivatie begrijpen, context lezen, soft skills echt beoordelen en “gut feeling” onderbouwen met ervaring. 

En net daar zit de essentie van rekrutering. Een sterk profiel is zelden perfect lineair. Het zit vaak in nuance, in groei en in afwijking van de norm. Precies dat is wat AI moeilijk capteert. 

Conclusie: AI is geen shortcut naar betere hires 

AI zal een vaste rol blijven spelen in rekrutering, dat is geen discussie meer. Maar bedrijven die denken dat AI het selectieproces kan automatiseren zonder risico, onderschatten zowel de technologie als de regelgeving. 

De realiteit is genuanceerder: AI maakt processen sneller, maar niet automatisch beter. AI kan objectiveren, maar ook vertekenen. AI kan ondersteunen, maar mag niet vervangen. De toekomst van rekrutering ligt niet in automatisatie, maar in een slimme combinatie. 

Bij Headit geloven we daarom in één duidelijke lijn: technologie waar ze waarde toevoegt en menselijke expertise waar het verschil gemaakt wordt. Want uiteindelijk wordt talent niet herkend door een algoritme, maar door mensen die verder kijken dan data. 

Neem gerust contact op voor een kennismaking via reinhardt@headit.be.

Wat is een cafetariaplan?

Cafetariaplannen krijgen wettelijke limiet

By Blog, HR-trends, technologie en regelgeving

Het cafetariaplan België 2026 krijgt een duidelijke wettelijke omkadering. Vanaf 2026 wil de federale regering meer transparantie en gelijkheid brengen in de manier waarop werknemers hun loonpakket samenstellen via flexibel verlonen.

Concreet wordt onder meer een maximumgrens ingevoerd: maximaal 20 % van het jaarlijkse brutoloon kan nog worden ingeruild binnen een cafetariaplan. Zo wil men een evenwicht creëren tussen keuzevrijheid en loonstabiliteit.

Hoewel de wetgeving nog in de maak is, werd op 24 juni 2025 een wetsvoorstel ingediend (“Wetsvoorstel 24 juni 2025, Parl. St. Kamer 0945/001”) dat deze omkadering voorzien heeft.  

Wat is een cafetariaplan?

Een cafetariaplan laat werknemers toe om binnen hun loonpakket zelf keuzes te maken, bijvoorbeeld tussen: 

  • extra vakantiedagen of extra cash, 
  • een fietsleasing of tankkaart, 
  • een hospitalisatie- of pensioenverzekering, 
  • of een upgrade van laptop, smartphone of bedrijfswagen. 

Voor werkgevers is het een manier om loon op maat aan te bieden zonder de totale loonkost te verhogen.
Toch merkt de overheid op dat de verschillen tussen bedrijven groot zijn, en dat de juridische grondslagen voor dergelijke plannen nog onvolledig waren. 

Waarom komt er een wettelijke limiet?

De overheid wil vermijden dat een te groot deel van het brutoloon wordt ingeruild voor voordelen in natura of andere alternatieve beloningen. Dat kan immers leiden tot: 

  • een minder stabiel loon, met risico’s bij ziekte of ontslag; Solutions 
  • oneerlijke situaties tussen werknemers met en zonder cafetariaplan; 
  • complexe administratie en onduidelijke RSZ-grondslagen. 

Met een plafond van 20 % van het brutoloon wil men: 

  • flexibiliteit behouden, 
  • maar tegelijk de kerncomponent van het loonpakket beschermen. 

Belangrijk: deze limiet geldt allen voor de brutoloonruil en niet voor voordelen die daarbuiten vallen (zoals maaltijdcheques, ecocheques of sectorale voordelen). 

Wat verandert er concreet?

 De wetgeving die voorzien is voor 2026 zal onder meer inhouden: 

  • een maximale brutoloonruil van 20 % van het jaarbruto-loon; 
  • verplichting voor werkgevers om hun cafetariaplan te registreren of te melden aan de overheid; Prato 
  • transparantie- en rapporteringsregels — werknemers moeten vooraf duidelijk weten wat de waarde is van elke keuze; 
  • behoud van fiscale neutraliteit van het systeem, zolang het binnen de wettelijke grenzen blijft te vallen. 

De bedoeling is om de voordelen van flexibel verlonen te behouden, maar het systeem juridisch en fiscaal stevig te verankeren. 

Wat betekent dit voor werknemers?

Voor werknemers verandert de filosofie achter flexibel verlonen niet: je blijft zelf keuzes kunnen maken binnen je loonpakket, maar wel binnen duidelijkere grenzen. 

Belangrijke aandachtspunten: 

  • Je kunt nog steeds kiezen voor extra vakantiedagen, fietsleasing, verzekeringen of IT-materiaal. 
  • De totale waarde van de gekozen voordelen zal niet meer dan 20 % van je bruto-jaarloon mogen bedragen. 
  • De overheid wil dat je vooraf beter geïnformeerd wordt over de fiscale, sociale en pensioen- gevolgen van je keuzes. 

De bedoeling is dus geen inperking van flexibiliteit, maar wel meer duidelijkheid en bescherming. 

Wat betekent dit voor werkgevers?

Voor werkgevers wordt het essentieel om hun bestaande cafetariaplannen tijdig te herzien, vóór de inwerking van de nieuwe wettelijke regels. 

Belangrijkste actiepunten: 

  • Inventarisatie – Bereken welk percentage van het loon vandaag al via een cafetariaplan verloopt. 
  • Aanpassing – Breng je plan in lijn met de 20 %-grens en pas de interne policy aan. 
  • Overleg – Betrek het sociaal secretariaat, je HR-partner of ondernemingsraad bij de wijziging. 
  • Communicatie – Leg helder uit waarom de aanpassing gebeurt en wat de impact is voor medewerkers. 

Een juridisch correct plan voorkomt discussie met medewerkers, de fiscus of de RSZ. 

Context: onderdeel van bredere hervormingen

Deze beperking van cafetariaplannen maakt deel uit van een breder kader van maatregelen rond eerlijk loonbeleid en transparantie, waaronder: 

  • de Europese Richtlijn loontransparantie (omzetting uiterlijk juni 2026) Liantis 
  • en de plannen voor herziening van extralegale voordelen om misbruik te beperken.  

Samen moeten deze veranderingen zorgen voor meer evenwichtige loonstructuren en meer inzicht voor werknemers in hun totale verloning. 

Tot slot

De invoering van een wettelijke limiet voor cafetariaplannen betekent geen einde aan flexibel verlonen, maar wel een stap richting meer duidelijkheid en rechtszekerheid.
Bedrijven die anticiperen op deze wijzigingen winnen aan tijd, én kunnen het voordeel van maatwerk behouden én voldoen aan nieuwe regelgeving. 

Autofiscaliteit

Autofiscaliteit: enkel nog aftrek voor elektrische wagens 

By Blog, HR-trends, technologie en regelgeving

Vanaf 1 januari 2026 verandert de autofiscaliteit in België ingrijpend.
De aftrekbaarheid van kosten voor bedrijfswagens met een verbrandingsmotor (benzine, diesel of hybride) verdwijnt volledig.
Enkel zero-emissievoertuigen – voornamelijk elektrische en waterstofwagens – blijven nog fiscaal aftrekbaar. 

De maatregel maakt deel uit van de wet van 25 november 2021 (“wet houdende fiscale vergroening van de mobiliteit”) en past binnen het federale plan om de bedrijfswagenmarkt tegen 2030 volledig emissievrij te maken. 

Wat verandert er precies in 2026?

Tot en met 31 december 2025 geldt nog een overgangsregeling voor voertuigen met CO₂-uitstoot.
Vanaf 1 januari 2026 wordt die deur volledig gesloten: 

  • Aangekochte of geleasete wagens met CO₂-uitstoot na 1 januari 2026 zijn niet langer fiscaal aftrekbaar. 
  • Alleen elektrische of waterstofwagens behouden hun fiscale aftrekbaarheid. 

Voor elektrische voertuigen geldt bovendien een geleidelijke afbouw van de aftrekbaarheid in de komende jaren: 

Jaar van aankoop of leasing  Fiscale aftrekbaarheid 
2026  100% 
2027  95% 
2028  90% 
2029  82,5% 
2030  75% 
Vanaf 2031  67,5% 

De maatregel is dus niet enkel een milieumaatregel, maar ook een fiscale stimulans: wie tijdig overstapt, geniet van maximale voordelen. 

Waarom deze hervorming?

 De Belgische overheid wil via de autofiscaliteit drie doelen bereiken: 

  1. De elektrificatie van bedrijfswagens versnellen.
    Bedrijfswagens vormen nog steeds een groot deel van de nieuw verkochte voertuigen. 
  2. De CO₂-uitstoot verminderen. België engageert zich om de Europese klimaatdoelstellingen van het Fit for 55-plan te halen. 
  3. De fiscale ongelijkheid tussen klassieke en elektrische wagens verminderen. 

Volgens de FOD Financiën is de bedrijfswagenregeling de hefboom bij uitstek om de overstap naar emissievrije mobiliteit te versnellen. 

Wat betekent dit voor werknemers?

 Werknemers die een bedrijfswagen krijgen, zullen vanaf 2026 vrijwel uitsluitend elektrische voertuigen kunnen kiezen. 

Belangrijke aandachtspunten: 

  • Elektrisch wordt de norm. Hybrides of wagens met CO₂-uitstoot worden fiscaal te duur voor werkgevers. 
  • TCO verandert. De Total Cost of Ownership (inclusief elektriciteit, laadkosten en onderhoud) verschilt van een klassieke wagen. 
  • Laadinfrastructuur. Vraag na of je werkgever voorziet in laadmogelijkheden op kantoor of thuis (met vergoeding voor laadkosten). 
  • Mobiliteitsalternatieven. Steeds meer werkgevers combineren elektrische wagens met een mobiliteitsbudget, fietsleasing of openbaar vervoer. 

Voor werknemers betekent dit vooral nieuwe keuzes in het loonpakket en andere vormen van mobiliteit. 

Wat betekent dit voor werkgevers?

Voor werkgevers heeft deze hervorming zowel fiscale als operationele gevolgen. 

  1. Herbekijk je car policy

Nieuwe wagens met CO₂-uitstoot (aangekocht of geleased vanaf 2026) leveren geen fiscaal voordeel meer op.
Een duidelijke, geactualiseerde car policy voorkomt misverstanden bij bestellingen of contractverlengingen. 

  1. Plan je vlootvernieuwing tijdig

De gemiddelde leaseperiode bedraagt drie à vier jaar.
Dat betekent dat bedrijven die nu nog hybride of fossiele wagens bestellen, in 2026 met niet-aftrekbare voertuigen kunnen blijven zitten.
Het loont dus om nu al een elektrificatieplan op te stellen. 

  1. Voorzie laadinfrastructuur

Zonder laadinfrastructuur (op kantoor of via thuisoplossingen) is de overstap moeilijk.
De overheid biedt tot eind 2027 nog fiscale stimulansen voor investeringen in laadpalen.
Bedrijven die snel schakelen, kunnen dus dubbel profiteren: van aftrekbare voertuigen én laadinstallaties. 

  1. Bereken de impact op de loonkost

Omdat de voordeel-van-alle-aard (VAA)-formule CO₂-gebaseerd blijft, daalt het VAA voor elektrische wagens aanzienlijk.
Voor werkgevers betekent dit dat fossiele wagens fiscaal zwaarder worden, terwijl elektrische voertuigen netto voordeliger worden voor werknemer én werkgever. 

Fiscale aandachtspunten

  • Geen aftrek meer: voor verbrandings- en hybride wagens aangeschaft vanaf 2026. 
  • Elektrische wagens: blijven aftrekbaar, maar het percentage daalt geleidelijk tot 67,5% in 2031. 
  • Brandstofkosten: benzine- en dieselkosten worden vanaf 2026 volledig niet-aftrekbaar. 
  • Elektriciteitskosten: voor het opladen van bedrijfswagens blijven wél aftrekbaar, volgens hetzelfde percentage als de wagen zelf. 
  • Overgangsregelingen: wagens aangekocht vóór 1 juli 2023 behouden een geleidelijke afbouwregeling van de aftrekbaarheid tot 2028. 

Wat betekent dit voor leasemaatschappijen en kmo’s?

Leasemaatschappijen en werkgevers zullen meer inzetten op volledig elektrische wagens (BEV’s).
Voor kmo’s voorziet de overheid bijkomende ondersteunende maatregelen, zoals: 

  • Verhoogde investeringsaftrek voor laadinfrastructuur; 
  • Voordelige financiering via leasing of renting bij banken en autofinanciers; 
  • Combinatie met mobiliteitsbudgetten, waarbij werknemers een elektrische wagen kunnen combineren met duurzame alternatieven zoals fietsleasing of openbaar vervoer. 

Tot slot

De hervorming van de autofiscaliteit is geen tijdelijke trend, maar een structurele shift naar emissievrije mobiliteit.
Vanaf 2026 worden niet-elektrische wagens fiscaal oninteressant, en tegen 2030 zal de Belgische bedrijfswagenmarkt grotendeels elektrisch zijn. 

opzegtermijn beperkt

Voorstel: opzegtermijn beperkt tot 52 weken

By Blog, HR-trends, technologie en regelgeving

In het kader van de lopende federale onderhandelingen ligt er een voorstel op tafel om de maximale opzegtermijn te beperken tot 52 weken, oftewel één jaar.
De maatregel zou gelden voor nieuwe arbeidsovereenkomsten die starten vanaf 1 januari 2026 en maakt deel uit van het debat rond arbeidsmobiliteit en evenwichtige ontslagvergoedingen. 

Hoewel het momenteel enkel een beleidsvoorstel is en nog niet in wetgeving is omgezet, kan het toch een belangrijke impact hebben op de manier waarop Belgische werkgevers en werknemers naar ontslagbescherming kijken. Om het voorstel correct te begrijpen, is het belangrijk eerst naar de huidige regelgeving te kijken.

Huidige situatie

Vandaag wordt de opzegtermijn bij ontslag van een bediende berekend op basis van anciënniteit volgens de formule van de wet op het eenheidsstatuut (2014).
Voor werknemers met een lange loopbaan kan die termijn oplopen tot meer dan 85 of zelfs 100 weken, zeker bij hogere profielen. 

De wetgever overweegt nu om daar een maximumgrens van 52 weken aan te koppelen voor nieuwe contracten, om de voorspelbaarheid en betaalbaarheid van ontslagkosten te verhogen. 

Waarom dit voorstel?

De maatregel wordt overwogen om verschillende redenen: 

  • Arbeidsmobiliteit stimuleren: lange opzegtermijnen maken het moeilijker om werknemers snel opnieuw tewerk te stellen. 
  • Voorspelbaarheid voor werkgevers: bedrijven willen beter kunnen inschatten wat een ontslag financieel betekent. 
  • Gelijke behandeling: België behoort vandaag tot de landen met de langste ontslagbescherming voor bedienden in Europa. 
  • Aansluiting bij internationale trends: veel buurlanden (zoals Nederland en Duitsland) hanteren plafonds tussen 6 en 12 maanden. 

Het voorstel moet de Belgische arbeidsmarkt flexibeler maken, zonder de basisbescherming van werknemers weg te nemen. 

Wat verandert er concreet?

Indien het voorstel wordt goedgekeurd, zal vanaf 1 januari 2026 het volgende gelden: 

  • De maximale opzegtermijn bij ontslag (door de werkgever) wordt beperkt tot 52 weken. 
  • De regel geldt enkel voor arbeidsovereenkomsten die na 1 januari 2026 worden afgesloten. 
  • Voor bestaande contracten blijft het huidige systeem gelden. 
  • Sectorale afwijkingen of aanvullingen blijven mogelijk via cao’s. 

De bedoeling is om de wijziging geleidelijk in te voeren, zodat bedrijven hun beleid en budgetten kunnen aanpassen. 

Wat betekent dit voor werknemers? 

Voor werknemers met een lange staat van dienst — vooral hogere bedienden of managers — kan dit een beperking van de ontslagbescherming betekenen. 

Belangrijk om te weten: 

  • De maatregel heeft geen invloed op bestaande contracten. Je huidige opzegtermijn blijft behouden. 
  • Voor nieuwe contracten zal het maximum één jaar zijn, ongeacht anciënniteit of loon. 
  • Werknemers behouden uiteraard hun recht op een correcte berekening volgens de wettelijke formule tot aan dat plafond. 
  • De wijziging geldt enkel bij ontslag door de werkgever, niet bij ontslagname door de werknemer. 

Voor veel werknemers verandert er op korte termijn weinig, maar op lange termijn kan dit de mobiliteit en doorstroom op de arbeidsmarkt bevorderen. 

Wat betekent dit voor werkgevers?

Voor werkgevers betekent dit voorstel potentieel meer flexibiliteit en voorspelbaarheid bij ontslagbeslissingen. 

  • De maximale kost van een ontslag wordt begrensd, wat budgettering eenvoudiger maakt. 
  • Vooral voor bedrijven met hoge anciënniteit of lange dienstverbanden kan dit een aanzienlijke impact hebben. 
  • Bij nieuwe aanwervingen vanaf 2026 kan het loonbeleid en de contractonderhandeling anders worden opgebouwd. 
  • Voor bestaande contracten verandert er niets, maar HR-teams moeten voorbereid zijn op een tweeledig systeem (oude en nieuwe contracten met verschillende regels). 

De wijziging kan op termijn ook de drempel verlagen om senior profielen opnieuw aan te werven, aangezien de ontslagkost beter te beheersen wordt. 

Juridische en sociale aandachtspunten 

  • Het voorstel moet nog besproken en goedgekeurd worden in het parlement. 
  • Vakbonden hebben reeds aangegeven dat ze kritisch staan tegenover een beperking, uit vrees voor verzwakking van werknemersrechten. 
  • Werkgeversorganisaties reageren overwegend positief, op voorwaarde dat de maatregel gepaard gaat met duidelijke overgangsregels. 
  • De concrete berekeningsformules en uitzonderingen (zoals collectief ontslag of sectorale cao’s) worden pas later vastgelegd. 

Het blijft dus afwachten hoe het definitieve wetgevende kader eruit zal zien. 

Tot slot

Het voorstel om de opzegtermijn te beperken tot 52 weken past in een bredere beweging richting meer flexibiliteit en voorspelbaarheid op de Belgische arbeidsmarkt.
Voor werkgevers kan dit juridische en financiële duidelijkheid brengen, terwijl voor werknemers de basisbescherming behouden blijft. 

Zolang er nog geen federaal begrotingsakkoord is, blijft het voorstel onder voorbehoud, maar de kans is groot dat dit onderwerp begin 2026 op de politieke agenda blijft staan. 

Uitbreiding auteursrecht

Uitbreiding auteursrecht naar digitale beroepen

By Blog, HR-trends, technologie en regelgeving

De federale regering plant in 2026 een uitbreiding van het fiscaal gunstregime voor auteursrechten naar digitale beroepen zoals softwareontwikkelaars, UX/UI-designers, data-analisten en IT-consultants. 

Het doel is om werknemers en zelfstandigen in digitale functies opnieuw de mogelijkheid te geven om een deel van hun inkomen te laten belasten als auteursrechten, net zoals creatieve profielen in de media- en kunstsector. 

Hoewel het nog om een beleidsvoorstel gaat, is de verwachting dat de nieuwe regeling in werking zal treden in de loop van 2026, zodra de begrotingsakkoorden en uitvoeringsbesluiten afgerond zijn. 

Korte terugblik: wat is het auteursrechtenregime?

 Het auteursrechtenregime biedt een fiscaal voordelige behandeling van inkomsten die voortkomen uit creatieve of originele werken.
Tot 2023 konden ook veel IT- en digitale beroepen hier gebruik van maken, bijvoorbeeld voor: 

  • broncode van software, 
  • digitale ontwerpen of interfaces, 
  • datamodellen of algoritmen die als origineel werk werden beschouwd. 

Sinds de hervorming van 2023 werd het regime echter sterk beperkt: enkel wie in de culturele of audiovisuele sector actief was, kon het nog toepassen.
Dat leidde tot veel kritiek vanuit de technologiesector, waar creativiteit en innovatie net kernactiviteiten zijn. 

Wat verandert er in 2026?

Volgens de huidige plannen wil de regering het regime opnieuw uitbreiden naar digitale beroepen — onder duidelijke voorwaarden. 

De contouren van het nieuwe kader: 

  • Toepassing op creatieve digitale prestaties, zoals softwareontwikkeling, UX/UI-ontwerp, data-analyse met origineel model, enz.; 
  • Striktere motivering en documentatieplicht: werkgevers moeten kunnen aantonen dat de output effectief auteursrechtelijk beschermd werk is; 
  • Beperking van het voordeel tot een deel van het inkomen (momenteel max. 30% via auteursrechten); 
  • Behandeling via loonadministratie: het fiscaal voordeel wordt verwerkt in de payroll, niet langer enkel via zelfstandige statuten. 

De bedoeling is om het regime juridisch sluitender te maken en misbruik te vermijden, terwijl digitale creatie opnieuw fiscaal erkend wordt. 

Waarom deze uitbreiding?

De terugkeer van digitale beroepen in het auteursrechtenregime heeft verschillende doelen: 

  • Innovatie belonen: creatieve digitale arbeid draagt net zo goed bij tot innovatie als artistieke creatie. 
  • Concurrentiepositie versterken: België wil aantrekkelijk blijven voor digitale profielen en bedrijven. 
  • Eerlijke fiscaliteit: het verschil in behandeling tussen IT-beroepen en andere creatieve beroepen werd als inconsistent ervaren. 

Ook werkgeversorganisaties zoals Agoria pleitten sinds 2023 voor een herstel van het systeem, mits duidelijke grenzen en controles. 

Wat betekent dit voor werknemers?

Voor werknemers in IT- of digitale functies kan de herintroductie van het auteursrechtenregime leiden tot een hoger nettoloon, zonder extra kost voor de werkgever. 

Belangrijke aandachtspunten: 

  • Enkel het deel van het werk dat creatief en origineel is komt in aanmerking (bijv. ontwikkeling van nieuwe software, UX-design, algoritmen, datamodellen…). 
  • De werkgever moet het auteursrecht overdragen of licentiëren om het fiscaal voordeel toe te passen. 
  • Het voordeel wordt toegepast op maximaal 30% van het totale brutoloon, afhankelijk van de finale wetgeving. 
  • De inkomsten worden belast aan 15% roerende voorheffing, in plaats van aan de progressieve tarieven op beroepsinkomen. 

Het verschil in netto-inkomen kan oplopen tot enkele honderden euro’s per maand, afhankelijk van de functie en de loonstructuur. 

Wat betekent dit voor werkgevers?

Voor werkgevers biedt de uitbreiding kansen, maar ook verantwoordelijkheden.

Fiscaal interessant loonbeleid

Het auteursrechtenregime kan een extra hefboom zijn binnen het loonpakket — vergelijkbaar met een bonus of cafetariavoordeel, maar met fiscaal voordeel.
Dat maakt het interessant voor retentie, aanwerving en competitieve verloning van schaarse digitale profielen.

Nood aan correcte documentatie

De fiscus zal streng toezien op de motivering: werkgevers moeten kunnen aantonen dat het werk auteursrechtelijke bescherming verdient.
Dat vraagt correcte contractclausules, bewijs van overdracht en beschrijving van het werk.

HR en finance samenwerking

De toepassing vereist nauwe samenwerking tussen HR, finance, en juridische partners.
Veel bedrijven schakelen een gespecialiseerd sociaal secretariaat of fiscaal adviseur in om de regeling conform toe te passen. 

Voorbeelden van functies die mogelijk in aanmerking komen

  • Software- en applicatieontwikkelaars 
  • UX/UI-designers 
  • Game developers 
  • Data scientists en machine learning engineers 
  • IT-consultants die originele oplossingen of scripts creëren 
  • Digitale marketeers die unieke content of platforms ontwikkelen 

Elke situatie zal individueel beoordeeld worden op basis van creativiteit, originaliteit en bewijsstukken. 

Tot slot

De uitbreiding van het auteursrechtenregime naar digitale beroepen is een belangrijke stap in het erkennen van digitale creativiteit als volwaardige vorm van intellectuele arbeid.
Ze maakt verloning flexibeler, eerlijker en beter afgestemd op de realiteit van de moderne arbeidsmarkt. 

De maatregel is nog onder voorbehoud van het federale begrotingsakkoord, maar de contouren liggen klaar voor 2026.

Pensioenbonus

Pensioenbonus maakt plaats voor nieuw bonus-malus-systeem 

By Blog, HR-trends, technologie en regelgeving

Vanaf 1 januari 2026 verdwijnt de huidige pensioenbonus en wordt het bonus-malus pensioen 2026 ingevoerd. Met dit nieuwe systeem wil de federale regering langer werken stimuleren en vroeger stoppen ontmoedigen via een financieel belonings- of sanctiemechanisme.

De maatregel past binnen de pensioenhervorming die de federale regering voorbereidt, en komt er in het kader van een bredere modernisering van het Belgische pensioenstelsel. 

Hoewel de details nog in parlementaire bespreking zijn, is de richting duidelijk: wie langer blijft werken, krijgt een bonus; wie vroeger stopt, riskeert een vermindering van zijn pensioenbedrag. 

Waarom verdwijnt de huidige pensioenbonus?

De pensioenbonus — een extra premie voor wie na de wettelijke pensioenleeftijd blijft werken — werd in 2014 afgeschaft en later in beperkte vorm opnieuw ingevoerd.
In de praktijk bleek het systeem: 

  • te weinig transparant, 
  • administratief complex, 
  • en onvoldoende motiverend om effectief langer te blijven werken. 

Met het nieuwe bonus-malus-systeem wil de overheid de pensioenbeslissing meer “neutraal en voorspelbaar” maken, gebaseerd op de werkelijke loopbaanduur in plaats van enkel de leeftijd. 

Hoe werkt het nieuwe systeem?

Vanaf 1 januari 2026 zal de berekening van het pensioen rekening houden met bonus- of maluspercentages, afhankelijk van wanneer iemand effectief met pensioen gaat in verhouding tot de wettelijke pensioenleeftijd. 

De basisprincipes: 

Bonus

  • Wie langer blijft werken dan de wettelijke pensioenleeftijd, krijgt een verhoging van het wettelijk pensioen. 
  • De bonus stijgt naarmate iemand langer blijft werken. 
  • Voorwaarden: minstens 35 loopbaanjaren én gemiddeld 156 effectieve werkdagen per jaar. 
  • De bonus kan oplopen tot enkele procenten per bijkomend jaar (indicatief: 2% tegen 2030, 4% tegen 2040, 5% na 2040). 

Malus

  • Wie vroeger met pensioen gaat zonder voldoende loopbaanjaren, krijgt een vermindering van het pensioenbedrag.
  • De reductie wordt berekend op basis van ontbrekende jaren of dagen.
  • Doel: een financieel evenwicht creëren tussen wie langer en wie korter werkt.

Neutrale zone

  • Wie op de wettelijke pensioenleeftijd stopt (66 jaar in 2026, 67 jaar vanaf 2030) krijgt geen bonus of malus. 

Belangrijk:

De exacte percentages en berekeningswijze moeten nog vastgelegd worden via koninklijk besluit.
De Federale Pensioendienst zal tegen midden 2025 simulaties aanbieden op mypension.be, zodat werknemers hun persoonlijke impact kunnen berekenen. 

Wat betekent dit voor werknemers?

Voor werknemers verandert vooral de strategische keuze rond het pensioenmoment. 

  • Langer werken loont. Elk extra jaar kan een merkbare verhoging van het pensioen opleveren. 
  • Vroeger stoppen kost. Wie zonder voldoende loopbaanjaren vertrekt, zal een lagere maandelijkse uitkering ontvangen. 
  • Simulaties worden cruciaal. Werknemers kunnen via de Federale Pensioendienst (FOD Sociale Zekerheid) simuleren hoe bonus of malus hun pensioen beïnvloeden. 
  • Bewustmaking stijgt. De hervorming wil mensen aanzetten om actiever na te denken over hun loopbaan en pensioenplanning. 

Voorbeeld:
Iemand met 38 loopbaanjaren die één jaar langer werkt dan de wettelijke pensioenleeftijd, zou een pensioenbonus van ongeveer 2% krijgen.
Wie drie jaar vroeger stopt met 33 loopbaanjaren, zou een malus van 3 à 5% kunnen oplopen (indicatief, onder voorbehoud van finale regelgeving). 

Wat betekent dit voor werkgevers?

Voor werkgevers is het nieuwe systeem meer dan een pensioenhervorming — het is een loopbaan- en retentievraagstuk. 

Loopbaanplanning

Werknemers zullen vaker advies vragen over hun pensioenleeftijd. Bedrijven doen er goed aan om dit bespreekbaar te maken via infosessies of individuele begeleiding. 

Ervaringsbeleid

Het nieuwe systeem creëert kansen om ervaren werknemers langer aan boord te houden.
Door aangepaste werkvormen (flexibele uren, deeltijdse eindeloopbaan, mentorschap) kunnen bedrijven inspelen op de bonusregeling. 

Communicatie en HR-beleid

Transparante communicatie over pensioenkeuzes en financiële gevolgen helpt misverstanden te vermijden.
HR kan hier een brugfunctie vervullen tussen beleid, werknemer en sociaal secretariaat. 

Context: wettelijke pensioenleeftijd blijft stijgen 

De wettelijke pensioenleeftijd blijft 66 jaar in 2026 en stijgt naar 67 jaar in 2030.
De effectieve pensioenleeftijd in België ligt vandaag nog steeds rond 62 jaar, wat aangeeft dat de uitdaging groot blijft. 

Met het bonus-malus-systeem hoopt de regering het gemiddeld aantal gewerkte jaren te verhogen en het pensioenstelsel financieel duurzamer te maken. 

Tot slot

De overgang van de pensioenbonus naar een bonus-malus-systeem markeert een van de grootste pensioenhervormingen van het komende decennium.
Ze moet langer werken aantrekkelijker maken en tegelijk de financiële duurzaamheid van het systeem versterken. 

De exacte parameters zijn nog afhankelijk van het federale begrotingsakkoord en uitvoeringsbesluiten, maar het is duidelijk dat 2026 een sleutelmoment wordt voor het Belgische pensioenbeleid. 

Mobiliteitsbudget

Mobiliteitsbudget wordt verplicht bij recht op bedrijfswagen 

By Blog, HR-trends, technologie en regelgeving

De federale regering plant om in de loop van 2026 het mobiliteitsbudget verplicht te maken voor werknemers die recht hebben op een bedrijfswagen.
Dat betekent dat werkgevers die vandaag een wagen aanbieden, in de toekomst ook een mobiliteitsbudget moeten voorzien als alternatief. 

Het voorstel maakt deel uit van de bredere hervorming van duurzame mobiliteit en fiscale vergroening, en sluit aan bij de fiscale verschuiving naar emissievrije bedrijfswagens vanaf 2026. 

Hoewel de wetgeving nog in voorbereiding is, ligt de filosofie vast: meer keuzevrijheid voor werknemers, en meer duurzame opties voor werkgevers. 

Wat is het mobiliteitsbudget ook alweer?

Het mobiliteitsbudget werd in 2019 ingevoerd als alternatief voor de bedrijfswagen.
Werknemers die recht hebben op een wagen, kunnen dat budget (gelijk aan de totale kost van de wagen voor de werkgever) besteden aan één of meer duurzame mobiliteitsopties. 

Het budget kan gebruikt worden binnen drie pijlers: 

  • Pijler 1 – Milieuvriendelijke wagen
    Een elektrische of zeer zuinige wagen (max. 95 g CO₂/km, daalt jaarlijks). 
  • Pijler 2 – Duurzame vervoersmiddelen en huisvestingskosten
    Fietsleasing, openbaar vervoer, deelmobiliteit of huisvesting dichter bij het werk. 
  • Pijler 3 – Cash-uitbetaling van restbudget
    Wat overblijft, kan één keer per jaar als nettobedrag worden uitgekeerd (fiscaal gunstig). 

Tot nu toe was het systeem vrijwillig: enkel werkgevers die het wilden aanbieden, moesten het opzetten. Daar komt binnenkort verandering in. 

Wat verandert er in 2026?

Volgens de federale plannen zal het mobiliteitsbudget vanaf 2026 verplicht moeten worden aangeboden aan werknemers die in aanmerking komen voor een bedrijfswagen. 

Concreet betekent dit: 

  • Wie normaal recht heeft op een bedrijfswagen, zal ook de mogelijkheid moeten krijgen om te kiezen voor het mobiliteitsbudget. 
  • Werkgevers zullen dus minstens één alternatief mobiliteitsaanbod moeten voorzien.
  • Het mobiliteitsbudget zal verder worden vereenvoudigd qua administratie en berekening. 

De maatregel kadert in het beleid om duurzame verplaatsingen fiscaal aantrekkelijker te maken, zeker nu de aftrekbaarheid van fossiele bedrijfswagens verdwijnt vanaf 2026. 

Let wel: het voorstel is nog niet officieel goedgekeurd en maakt deel uit van het bredere mobiliteitspact dat gekoppeld is aan het federale begrotingsakkoord. 

Waarom deze hervorming?

De federale regering wil het systeem van het mobiliteitsbudget: 

  • Breder toepasbaar maken: vandaag gebruikt minder dan 1% van de werknemers het, 
  • Administratief eenvoudiger maken voor werkgevers, 
  • Meer in lijn brengen met de vergroening van de autofiscaliteit. 

Het doel is om mobiliteit in België meer multimodaal te maken: minder files, minder CO₂, meer keuze. 

Wat betekent dit voor werknemers?

Voor werknemers betekent dit een duidelijke uitbreiding van keuzevrijheid. 

Je zal als werknemer: 

  • kunnen kiezen tussen een bedrijfswagen of een mobiliteitsbudget, 
  • dat budget kunnen inzetten voor fietsen, trein- of busabonnementen, of huisvesting dichter bij het werk, 
  • of een combinatie daarvan kunnen maken. 

Belangrijk:
Het mobiliteitsbudget is fiscaal voordelig – vergoedingen via het budget zijn meestal vrijgesteld van belastingen en RSZ, zolang ze binnen de wettelijke pijlers blijven. 

Het kan dus leiden tot een hoger netto voordeel, zeker voor werknemers die weinig met de wagen rijden of dichtbij wonen. 

 

Wat betekent dit voor werkgevers?

Voor werkgevers betekent dit vooral voorbereiding en duidelijk beleid.

Ontwerp een mobiliteitsbeleid

Werkgevers zullen een mobiliteitsbudgetpolicy moeten opstellen, waarin de berekeningsmethode, toegelaten bestedingen en praktische werking staan beschreven.

Bereken de kost en impact

Het budget stemt overeen met de Total Cost of Ownership (TCO) van de wagen: lease, brandstof, verzekering, onderhoud, fiscaliteit.
Het vraagt dus een nauwkeurige berekening en duidelijke communicatie naar de werknemer.

Kies een betrouwbare provider

Er bestaan verschillende mobiliteitsplatforms die de administratie, rapportering en betalingen automatiseren (bijv. Mbrella, Olympus Mobility, XXImo, enz.).

Communiceer transparant

Leg aan medewerkers uit wat de mogelijkheden zijn, wat het fiscaal voordeel is, en hoe de overstap praktisch verloopt. 

Fiscale en praktische aandachtspunten

De fiscale behandeling van het mobiliteitsbudget blijft gunstig zolang het binnen de drie wettelijke pijlers wordt gebruikt. 

  • De cashcomponent (pijler 3) is vrijgesteld van sociale bijdragen, maar telt niet mee voor pensioenopbouw. 
  • De administratieve vereenvoudiging (vooral rond berekening en bewijsstukken) wordt voorzien in 2026. 
  • Werkgevers kunnen laadkosten, fietskilometers of huurkosten via het budget vergoeden zonder bijkomende fiscaliteit. 

Tot slot

Het verplichte mobiliteitsbudget wordt een van de belangrijkste HR-thema’s van 2026.
Het combineert duurzame mobiliteit, loonstrategie en employer branding in één maatregel. 

Hoewel de wetgeving nog niet definitief is goedgekeurd, is de richting duidelijk:
Bedrijven die zich nu al voorbereiden, vermijden administratieve druk én positioneren zich als moderne, toekomstgerichte werkgever. 

Minimumloon

Minimumloon stijgt in april 2026 

By Blog, HR-trends, technologie en regelgeving

In april 2026 stijgt het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen (GGMMI) opnieuw met €35 bruto per maand.
Het is de derde en laatste stap in het meerjarenplan dat de sociale partners in 2021 vastlegden om het Belgische minimumloon structureel op te trekken. 

Tussen 2022 en 2026 stijgt het minimumloon zo in totaal met €146 bruto per maand, bovenop de automatische indexeringen die ondertussen ook al meerdere keren zijn toegepast. 

De verhoging moet vooral lage lonen versterken, de kloof tussen minimumloon en leefloon verkleinen en werken financieel aantrekkelijker maken. 

Wat verandert er in april 2026?

De derde verhoging van het minimumloon volgt op eerdere stappen: 

  • April 2022: +€76 bruto per maand 
  • April 2024: +€35 bruto per maand 
  • April 2026: +€35 bruto per maand 

Na de verhoging in 2026 zal het bruto minimumloon uitkomen op ongeveer €2.110 per maand (vóór indexering).
Rekening houdend met verwachte indexeringen in 2025-2026, kan het reële bedrag hoger liggen. 

Het gaat om het interprofessionele minimumloon, dat geldt voor alle sectoren tenzij een sectorale cao een hoger minimum voorziet. 

Waarom stijgt het minimumloon?

De verhoging kadert in het interprofessioneel akkoord (IPA) 2021-2022, waarin de sociale partners en de federale regering afspraken om het minimumloon stapsgewijs te verhogen over een periode van vier jaar. 

De redenen zijn duidelijk: 

  • Koopkracht: De loonsverhoging moet lage inkomens helpen bij het compenseren van de stijgende levensduurte. 
  • Activering: Werken moet aantrekkelijker blijven dan niet-werken, zeker in het licht van hoge inflatie. 
  • Sociale rechtvaardigheid: Een structurele verhoging van het minimumloon versterkt de onderkant van de arbeidsmarkt zonder de loonkosten te bruusk verhogen. 

De overheid compenseert de bijkomende kost voor werkgevers gedeeltelijk via lagere sociale bijdragen. 

Wat betekent dit voor werknemers?

Voor werknemers die rond het minimumloon verdienen, betekent de verhoging in april 2026: 

  • Een lichte nettoverhoging van ongeveer €20 à €25 per maand, afhankelijk van de persoonlijke situatie. 
  • Een extra opstap naar hogere barema’s, want veel sectorale loonschalen zijn aan het GGMMI gekoppeld. 
  • Een mogelijk effect op andere voordelen die berekend worden op basis van het brutoloon (vakantiegeld, eindejaarspremie, enz.). 

Het gaat dus niet om een spectaculaire, maar wel structurele verbetering die zich jaar na jaar vertaalt in een steviger loonbasis. 

Wat betekent dit voor werkgevers?

Voor werkgevers betekent de verhoging van het minimumloon: 

  • Een hogere loonkost voor functies aan de onderkant van het loongebouw. 
  • Aanpassing van loonschalen en functieclassificaties indien deze gekoppeld zijn aan het GGMMI. 
  • Budgettaire voorbereiding voor de loonronde van 2026. 
  • Communicatie naar medewerkers over de automatische toepassing van de verhoging. 

De overheid voorziet compenserende maatregelen om de extra loonkost te beperken, onder meer via verminderde werkgeversbijdragen aan de RSZ voor lage lonen.
De precieze technische modaliteiten worden in 2025 verder uitgewerkt via het sociaal overleg. 

Context: automatische indexering blijft apart 

De verhoging van april 2026 staat los van de automatische loonindexeringen.
De indexeringen blijven gelden volgens de sectorale afspraken, meestal gekoppeld aan de consumptieprijsindex. 

Dat betekent dat het minimumloon in de praktijk zowel structureel stijgt (via de €35 verhoging) als automatisch geïndexeerd wordt.
De totale loonsverhoging voor werknemers in die periode kan dus hoger uitvallen dan de genoemde bedragen. 

Tot slot

De stijging van het minimumloon in 2026 is het sluitstuk van een langetermijnplan dat werken financieel aantrekkelijker wil maken.
Voor werkgevers vraagt dit voorbereiding en afstemming, voor werknemers betekent het een welgekomen versterking van hun loon. 

peppol

E-facturatie wordt verplicht voor alle bedrijven in België. Wat betekent dat?

By Blog, HR-trends, technologie en regelgeving

Vanaf 1 januari 2026 verandert de manier waarop Belgische ondernemingen factureren fundamenteel. 
De federale overheid voert dan de verplichte elektronische facturatie (e-facturatie) in voor alle btw-plichtige bedrijven. 

Een pdf-factuur via e-mail zal niet langer als geldig document worden beschouwd. 
Facturen moeten voortaan in een gestructureerd elektronisch formaat worden uitgewisseld via het Peppol-netwerk, volgens de Europese standaard EN 16931 (Peppol BIS 3.0). 

Deze verplichting past binnen een bredere Europese trend richting digitale rapportering en btw-transparantie, en zal een voelbare impact hebben op de dagelijkse werking van zowel kleine als grote bedrijven. 

Wat is Peppol?

Peppol (Pan-European Public Procurement Online) is een beveiligd netwerk waarmee organisaties elektronische documenten zoals facturen rechtstreeks tussen hun boekhoud- of ERP-systemen kunnen uitwisselen. 

Kort samengevat: 

  • Het is geen e-mail, maar een beveiligd data-uitwisselingsplatform. 
  • Facturen worden automatisch ingelezen, zonder manuele tussenkomst. 
  • Het risico op fouten en laattijdige verwerking daalt aanzienlijk. 

België gebruikt Peppol al sinds 2017 in B2G-context (bedrijven naar overheid). Vanaf 2026 wordt dat de norm voor B2B-transacties tussen Belgische ondernemingen. 
Volgens de FOD Financiën maakt deze overstap deel uit van het plan om btw-fraude te bestrijden en de administratie te vereenvoudigen. 

Wie valt onder de verplichting?

De maatregel geldt voor alle Belgische btw-plichtige ondernemingen, ongeacht grootte of sector. 
Dat betekent: 

  • Eenmanszaken, kmo’s en grote ondernemingen 
  • Zowel dienstverleners als productiebedrijven 
  • Binnenlandse B2B-transacties tussen btw-plichtigen 

Uitzonderingen blijven voorlopig voorzien voor: 

  • Ondernemingen met btw-vrijstelling onder artikel 56bis (kleine ondernemingen) 
  • Bepaalde B2C-transacties 
  • Specifieke grensoverschrijdende gevallen 

De overheid voorziet een geleidelijke overgangsperiode in 2025 om bedrijven toe te laten te testen en aan te passen. 

Waarom voert de overheid dit in?

De redenen zijn zowel economisch als administratief: 

  • Minder btw-fraude dankzij automatische verificatie 
  • Minder administratie door rechtstreekse digitale verwerking 
  • Snellere betalingstermijnen en transparantie 
  • Europese afstemming met landen zoals Italië, Frankrijk en Polen, waar e-facturatie al verplicht is 

Volgens berekeningen van de FOD Financiën kan e-facturatie Belgische bedrijven samen meer dan 3 miljard euro per jaar besparen aan administratieve lasten. 

Wat betekent dit voor werknemers?

Voor medewerkers in boekhouding, administratie of verkoop verandert de werkwijze merkbaar: 

  • Je leert e-facturen lezen, verwerken en controleren in plaats van pdf’s of papieren documenten. 
  • Je werkt met nieuwe software en aangepaste workflows. 
  • De nadruk verschuift van manuele input naar controle en opvolging. 

Dit vraagt een zekere digitale maturiteit, maar verlaagt tegelijk de werkdruk op repetitieve taken. 

Wat betekent dit voor werkgevers?

Voor werkgevers is 2025 hét moment om zich voor te bereiden. 
Belangrijkste actiepunten:

Controleer je software
Ga na of je boekhoudpakket of ERP-systeem Peppol ondersteunt. 
Bekende pakketten zoals Exact, WinBooks, Odoo, SAP en Sage bieden al integraties aan, maar soms moet de Peppol-functie nog worden geactiveerd.

Test de keten
Gebruik 2025 als proeffase om e-facturen te versturen en te ontvangen met enkele klanten of leveranciers. Zo ontdek je tijdig compatibiliteitsproblemen.

Train je medewerkers
Organiseer interne opleidingen voor je finance-, sales- en administratieteams. 
Een goede interne kennisdeling voorkomt fouten en frustratie in januari 2026.

Herbekijk je processen
Gebruik dit moment om je facturatiebeleid, goedkeuringsflows en archivering te moderniseren. 
E-facturatie is vaak de eerste stap naar bredere automatisering, zoals e-reporting en digitale handtekeningen. 

Fiscale aandachtspunten

  • De btw-regels blijven ongewijzigd: alle wettelijke vermeldingen moeten ook op e-facturen staan. 
  • Afrondingsregels veranderen: afronden mag enkel nog per btw-tarief, niet meer per lijn. 
  • Bij niet-conforme facturen kan de btw-aftrek geweigerd worden. 
  • De overheid voorziet boetes bij niet-naleving, al ligt de nadruk eerst op sensibilisering. 

Daarnaast plant België, net als andere EU-landen, een uitbreiding naar real-time e-reporting vanaf 2028. 

Tot slot

 Hoewel de verplichte invoering van e-facturatie definitief is vastgelegd, blijven sommige praktische richtlijnen en uitzonderingen nog afhankelijk van bijkomende uitvoeringsbesluiten.