In april 2026 stijgt het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen (GGMMI) opnieuw met €35 bruto per maand.
Het is de derde en laatste stap in het meerjarenplan dat de sociale partners in 2021 vastlegden om het Belgische minimumloon structureel op te trekken. 

Tussen 2022 en 2026 stijgt het minimumloon zo in totaal met €146 bruto per maand, bovenop de automatische indexeringen die ondertussen ook al meerdere keren zijn toegepast. 

De verhoging moet vooral lage lonen versterken, de kloof tussen minimumloon en leefloon verkleinen en werken financieel aantrekkelijker maken. 

Wat verandert er in april 2026?

De derde verhoging van het minimumloon volgt op eerdere stappen: 

  • April 2022: +€76 bruto per maand 
  • April 2024: +€35 bruto per maand 
  • April 2026: +€35 bruto per maand 

Na de verhoging in 2026 zal het bruto minimumloon uitkomen op ongeveer €2.110 per maand (vóór indexering).
Rekening houdend met verwachte indexeringen in 2025-2026, kan het reële bedrag hoger liggen. 

Het gaat om het interprofessionele minimumloon, dat geldt voor alle sectoren tenzij een sectorale cao een hoger minimum voorziet. 

Waarom stijgt het minimumloon?

De verhoging kadert in het interprofessioneel akkoord (IPA) 2021-2022, waarin de sociale partners en de federale regering afspraken om het minimumloon stapsgewijs te verhogen over een periode van vier jaar. 

De redenen zijn duidelijk: 

  • Koopkracht: De loonsverhoging moet lage inkomens helpen bij het compenseren van de stijgende levensduurte. 
  • Activering: Werken moet aantrekkelijker blijven dan niet-werken, zeker in het licht van hoge inflatie. 
  • Sociale rechtvaardigheid: Een structurele verhoging van het minimumloon versterkt de onderkant van de arbeidsmarkt zonder de loonkosten te bruusk verhogen. 

De overheid compenseert de bijkomende kost voor werkgevers gedeeltelijk via lagere sociale bijdragen. 

Wat betekent dit voor werknemers?

Voor werknemers die rond het minimumloon verdienen, betekent de verhoging in april 2026: 

  • Een lichte nettoverhoging van ongeveer €20 à €25 per maand, afhankelijk van de persoonlijke situatie. 
  • Een extra opstap naar hogere barema’s, want veel sectorale loonschalen zijn aan het GGMMI gekoppeld. 
  • Een mogelijk effect op andere voordelen die berekend worden op basis van het brutoloon (vakantiegeld, eindejaarspremie, enz.). 

Het gaat dus niet om een spectaculaire, maar wel structurele verbetering die zich jaar na jaar vertaalt in een steviger loonbasis. 

Wat betekent dit voor werkgevers?

Voor werkgevers betekent de verhoging van het minimumloon: 

  • Een hogere loonkost voor functies aan de onderkant van het loongebouw. 
  • Aanpassing van loonschalen en functieclassificaties indien deze gekoppeld zijn aan het GGMMI. 
  • Budgettaire voorbereiding voor de loonronde van 2026. 
  • Communicatie naar medewerkers over de automatische toepassing van de verhoging. 

De overheid voorziet compenserende maatregelen om de extra loonkost te beperken, onder meer via verminderde werkgeversbijdragen aan de RSZ voor lage lonen.
De precieze technische modaliteiten worden in 2025 verder uitgewerkt via het sociaal overleg. 

Context: automatische indexering blijft apart 

De verhoging van april 2026 staat los van de automatische loonindexeringen.
De indexeringen blijven gelden volgens de sectorale afspraken, meestal gekoppeld aan de consumptieprijsindex. 

Dat betekent dat het minimumloon in de praktijk zowel structureel stijgt (via de €35 verhoging) als automatisch geïndexeerd wordt.
De totale loonsverhoging voor werknemers in die periode kan dus hoger uitvallen dan de genoemde bedragen. 

Tot slot

De stijging van het minimumloon in 2026 is het sluitstuk van een langetermijnplan dat werken financieel aantrekkelijker wil maken.
Voor werkgevers vraagt dit voorbereiding en afstemming, voor werknemers betekent het een welgekomen versterking van hun loon. 

Ben je zeker dat je je CV wil verwijderen?

Dit zal sluiten in 0 seconden